De bestuurder functioneert in een breed maatschappelijk speelveld: de directe context van de onderwijsorganisatie (lokaal, regionaal), het maatschappelijke speelveld, de publieke meningsvorming rond taak en verantwoordelijkheid van onderwijs. De bestuurder participeert in het maatschappelijke debat in de sector en daarbuiten.

Dit betekent:

  • De bestuurder kan maatschappelijke, politieke, culturele ontwikkelingen duiden, waar het gaat om de betekenis voor de organisatie en dat vertalen naar een heldere onderwijsvisie. Daarbij hoort: Kunnen omgaan met de meervoudigheid van belangen en strategisch kunnen opereren, onderhandelen, samenwerken.
  • Hij/zij kan omgaan met vragen van zin en betekenis en daarvoor taal kunnen hanteren. De bestuurder weet om te gaan met ‘morele’ claims.
  • Is bereid kritisch naar zichzelf en de organisatie te kijken, met de blik van anderen en processen van overdracht en afhankelijkheid te onderkennen.
  • Dat vraagt om sterke sociale en communicatieve vaardigheden.

Hoe ga je om met armoede in het onderwijs?

Volgens de Onderwijsraad (2025) groeit in Nederland ongeveer één op de twaalf kinderen op in armoede. Dat zijn meerdere leerlingen per klas en een nog grotere groep op schoolniveau. Zij krijgen minder kansen om mee te doen, mogelijkheden om te te leren en zich gezien te voelen. Of het nu in groep 6 is, of in de derde klas van het vwo, […]

Als brugfunctionaris speel je een sleutelrol in het stimuleren en vormgeven van ouderbetrokkenheid op jouw school. Maar wat wordt er …