De basis van kansenongelijkheid ligt meestal in de kindertijd door het opleidingsniveau, het inkomen en eventuele taalachterstand van de ouders. Uiteindelijk kan kansenongelijkheid zelfs inkomensongelijkheid veroorzaken. Daarom is het belangrijk om kansenongelijkheid in het onderwijs zoveel mogelijk op te vangen.

Leerlingen met een kansenachterstand hebben extra tijd en aandacht nodig om van 0-1 naar 1-1 te komen. Als onderwijsmedewerker moet je daar dus extra tijd voor vrijmaken. Veel scholen bieden wel opties om jou daarin te ondersteunen, omdat ze daar subsidie voor kunnen krijgen. Het is vooral belangrijk dat je achterstanden signaleert en er in jouw team samen aan werkt om deze leerlingen zo goed mogelijk te helpen.

Wil je meer leren over kansenongelijkheid? Bekijk ons aanbod!  

Hoe ga je om met armoede in het onderwijs?

Volgens de Onderwijsraad (2025) groeit in Nederland ongeveer één op de twaalf kinderen op in armoede. Dat zijn meerdere leerlingen per klas en een nog grotere groep op schoolniveau. Zij krijgen minder kansen om mee te doen, mogelijkheden om te te leren en zich gezien te voelen. Of het nu in groep 6 is, of in de derde klas van het vwo, […]

Als brugfunctionaris speel je een sleutelrol in het stimuleren en vormgeven van ouderbetrokkenheid op jouw school. Maar wat wordt er …

Sterker personeel in het onderwijs: zo pakt Stichting Prodas het aan

Met het tekort aan medewerkers in het onderwijs is het belangrijker dan ooit om te investeren in talentmanagement, zodat je team energiek en betrokken blijft. Maar hoe pak je dat aan, zeker als tijd schaars is? Stichting Prodas laat zien hoe zij dit succesvol doen, met praktische tips van personeelsadviseurs Jolanda van Loon en Marjolein […]