Rouw bij dood in het gezin

Ieder rouwproces is uniek en verloopt niet op een vaste manier. Een kind kan even krachtig rouwen als volwassenen, maar rouwt wel anders. De rouw van kinderen wordt beïnvloed door hun ontwikkeling(sfase) en omgeving, en kan in iedere ontwikkelingsfase (opnieuw) tevoorschijn komen. Kinderen zoeken houvast, zeker nadat iemand in het gezin is overleden. Hoe kun je hen helpen om op hun eigen wijze met het verlies om te gaan, zodat wat ze hebben meegemaakt geen belemmering vormt bij hun verdere ontwikkeling? Wat zijn de signalen waarop je moet letten in verschillende ontwikkelingsfases? Wat hebben kinderen nodig om met de situatie om te gaan? Hoe communiceer je met kinderen over de dood en wat ze hebben meegemaakt? Hoe betrek je gezinsleden?

In deze ervaringsgerichte cursus leer je met passende taal op een constructieve manier kinderen en jongeren (van 0 tot 23) en hun ouder(s) te begeleiden. Na afloop weet je hoe kinderen en jongeren in de verschillende ontwikkelingsfasen om kunnen leren gaan met de dood en wat ze hebben meegemaakt. Dit wordt afgezet tegen verschillende theorieën over rouw. Je krijgt en oefent met handvatten om met kinderen en jongeren te communiceren over de dood.

Kinderen zijn gevoelig voor hoe hun verhaal ontvangen wordt. De meeste kinderen kunnen op basis van hun veerkracht en met behulp van een adequaat steunende omgeving het verlies integreren in hun leven. Een kleine minderheid krijgt psychische problemen. Kinderen in alle leeftijden kunnen ertoe neigen hun ouders niet te willen belasten met hun zorgen naast de rouw die ze al hebben aan te gaan. Andere kinderen hebben juist een kort lontje en bepalen de stemming in het gezin. Hoe het werkelijk met hen gaat, is niet altijd duidelijk en mede daardoor worden sommige kinderen en jongeren te snel aangemeld voor hulp, terwijl anderen niet de hulp krijgen die ze nodig hebben. Het is daarom belangrijk om de juiste aanmelding op het juiste moment op de juiste plek af te stemmen en ook het op- of afschalen van hulp nader te bekijken. Wat zijn de signalen waarop je moet letten? Wanneer is hun gedrag een normale rouwreactie en wanneer wordt de rouw gecompliceerd? Wanneer is hulp geïndiceerd? Hoe communiceer je daarover met kinderen en jongeren? Wat voor hulp kun je bieden?

Wat leer je

Wat leer je?

  • Je doet ervaring op met theorieën over rouw en hoe je die al dan niet kunt inzetten.
  • Je doet inzicht over hoe kinderen en jongeren dood begrijpen en rouw uiten, passend bij verschillende ontwikkelingsfases van kinderen.
  • Je leert wanneer er sprake is van stagnerende/gecompliceerde rouw en hoe je die kunt onderscheiden van andere stoornissen.
  • Je ontwikkelt vaardigheden in communiceren met kinderen, jongeren (passend bij ontwikkelingsfase) en het gezin als geheel over de dood en wat er gebeurd is
  • Je bent in staat om verschillende materialen en verschillende begeleidings- en behandelingsvormen in te zetten.
  • Je doet inzicht op over je eigen visie op/beeld van de dood.
  • Je leert welke vorm van begeleiden en behandeling past bij de verschillende beroepen in het continuüm van zorg, waarbij een kind en het gezin hulp kan krijgen zo licht als mogelijk en zo zwaar als nodig.
  • nop een stoornis
  • rouwtheorieën: of en hoe te gebruiken
  • handvatten en methodieken bespreken en oefenen

Voor wie

  • Leerkracht/leerlingbegeleider/RT’er
  • Orthopedagoog-generalist BIG
  • Gz-psycholoog BIG
  • Psychotherapeut BIG
  • Gz-psycholoog NIP
  • Kinder- en jeugdpsycholoog NIP
  • Basispsycholoog
  • Orthopedagoog
  • Systeemtherapeut
  • Arts
  • Jeugdarts
  • POH-GGZ
  • Ggz-agoog
  • Verpleegkundig specialist
  • Sociaal psychiatrisch verpleegkundige
  • Jeugdverpleegkundige
  • Hbo-verpleegkundige
  • Jeugdzorgwerker
  • Sociaal pedagogisch hulpverlener
  • Social worker
  • Maatschappelijk werker
  • Vaktherapeut

Praktische informatie

Dag 1:

  • introductie van de cursus en de deelnemers
  • wat bepaalt rouw bij kinderen
  • rouw in ontwikkelingsperspectief
  • normale rouw
  • verschillende manieren om met minderjarigen te communiceren over de dood

Dag 2:

  • stagnerende rouw
  • onderscheid met andere stoornissen en rouw bovenop een stoornis
  • rouwtheorieën: of en hoe te gebruiken
  • handvatten en methodieken bespreken en oefenen

De cursus wordt ondersteund met een digitale leeromgeving. Zo heb je altijd toegang tot het lesrooster, digitale literatuur en contact met mededeelnemers en docenten.

Accreditatie: NIP, NVO, POH-GGZ, Registerplein, SKJ hbo, SKJ masterm V&V, Kwaliteitsregister gz-psycholoog NIP, VSR

Startdata en locaties

  • Utrecht 9 apr. 20262 bijeenkomsten€ 615