Wat betekent gemeentelijk arbeidsmarktbeleid voor mijn mbo‑locatie?  

leestijd: 3 minuten

Vanaf 2026 zijn gemeenten, mbo-instellingen en het UWV door de nieuwe wet ‘Van school naar duurzaam werk’ verplicht om intensiever samen te werken binnen de 35 arbeidsmarktregio’s. Door gezamenlijke plannen te maken, wordt het onderwijsaanbod direct afgestemd op de regionale arbeidsmarktvraag. Deze samenwerking heeft als doel om mbo-studenten, met een specifieke focus op kwetsbare jongeren, sneller en beter te begeleiden naar een passende plek op de arbeidsmarkt. Welke gemeentelijke samenwerkingen wil jij versterken? 

Wat is gemeentelijk arbeidsmarktbeleid? 

Gemeentelijk arbeidsmarktbeleid is een wettelijke taak voortvloeiend uit de Participatiewet. Elke gemeente legt hierin eigen accenten om inwoners aan het werk te helpen. Hoewel de uitvoering per regio verschilt, zorgt de nieuwe wetgeving vanaf 2026 voor een strategisch partnerschap tussen gemeenten en het mbo. Voor kwetsbare jongeren betekent dit verplichte begeleiding naar de arbeidsmarkt. Voor de overige studenten betekent dit een betere regionale aansluiting van stages en banen. Als mbo-school ben je beleidsmatig altijd verbonden, maar in de praktijk vraagt dit om een proactieve rol richting de gemeente en lokale werkgevers. 

Meer dan beleid 

De nieuwste Stagebarometer van SBB laat zien dat bijna alle mbo‑studenten een stageplek of leerbaan vinden. In schooljaar 2024/2025 hadden 308.451 mbo‑studenten een stage of leerbaan. Op 1 april 2025 waren er 3.515 studenten die nog geen stageplek hadden gevonden. Dit is minder dan 1 % van het totaal aantal studenten. In sommige sectoren kan het lastiger zijn om voldoende stageplekken te vinden. Vooral in de tekortsectoren techniek en de gebouwde omgeving groeit het aandeel studenten met een leerbaan. Van 51% in 2020/2021 naar 59% in 2024/2025. Dankzij continue monitoring door SBB blijft zichtbaar waar extra actie nodig is.  

Naast stages speelt ook de arbeidsmarktpositie van afgestudeerden een rol. Volgens OCW‑inCijfers heeft een groot deel van mbo‑uitstromers binnen een jaar na diploma een baan van ten minste 12 uur per week, vooral als zij een diploma behaald hebben. Deze arbeidsmarktpositie, en het effect van diploma’s daarop, blijft een indicator voor mbo‑locaties om leerresultaten en regionale kansen te koppelen. 

Tip: Luister de podcast ”Het gat tussen mbo-onderwijs en de arbeidsmarkt”. 

Voorbeelden van samenwerking 

In Rotterdam is de aanpak van arbeidsmarktbeleid een schoolvoorbeeld voor mbo‑locaties. De gemeente heeft samen met regionale mbo‑partners initiatieven als “AanDeBak‑garantie” ontwikkeld. In dit type traject starten studenten met een leerbaan of stage die direct gekoppeld is aan een perspectief op werk, onder de voorwaarde dat zij hun opleiding afronden. De gemeente, school en bedrijven delen risico’s en opbrengsten, waardoor studenten al tijdens hun opleiding zicht krijgen op een passende baan. Dit versterkt de regionale arbeidsmarkt én voorkomt uitstroom zonder perspectief. 

In Limburg werken mbo‑instellingen zoals Gilde Opleidingen en VISTA college samen met de provincie en regionale partners om onderwijs beter te koppelen aan de arbeidsmarkt. Binnen de vakmanschapsagenda Mbo 2030 worden projecten opgezet in sectoren zoals techniek, zorg en technologie, gericht op praktijkgericht onderwijs, doorlopende leerroutes en betere instroom naar werk. Dit is een directe vertaling van regionaal arbeidsmarktbeleid naar de dagelijkse praktijk van mbo‑locaties.  

In de regio Amsterdam‑Flevoland investeert het ROC van Amsterdam‑Flevoland in publiek‑private projecten die onderwijs direct koppelen aan sectoren waar bedrijven personeel zoeken. Via het Regionaal Investeringsfonds mbo worden leertrajecten ontwikkeld in sectoren als techniek, zorg en economie. Hierdoor krijgt het onderwijs een expliciet arbeidsmarktcomponent, wat studenten duidelijker voorbereidt op regionale kansen en mogelijkheden. 

Tip: De mbo-raad organiseert diverse (netwerk)bijeenkomsten voor professionals in het mbo, bekijk ze hier.  

Wat betekent dit voor jouw mbo-locatie? 

Gemeentelijk arbeidsmarktbeleid betekent voor jou en je mbo-locatie dat je:  

  • Strategische partnerschappen aan moet gaan met gemeenten en regionale werkgevers. Dit vergroot de kans op kwalitatieve stages en leerbanen die aansluiten op regionale vraag. 
  • Data en cijfers actief moet gebruiken om te sturen op plaatsing en begeleiding. De Stagebarometer en regionale arbeidsmarktinformatie geven inzicht in tekorten en pieken per sector, wat kan leiden tot gerichte interventies. 
  • Een rol hebt in regionale arbeidsmarktagenda’s door als school deel uit te maken van samenwerkingsverbanden en werkteams waarin onderwijs, bedrijfsleven en overheid gezamenlijk doelen formuleren. 
  • De arbeidsmarktpositie van je studenten moet monitoren en vertalen naar onderwijsaanpassingen. Bijvoorbeeld door curriculum, begeleiding en werkplekleren (stage/leerbaan) naadloos op elkaar aan te laten sluiten.  

Gemeentelijk arbeidsmarktbeleid vraagt van mbo‑locaties proactieve samenwerking, gebruik van data en strategische inzet van regionale netwerken. Als je deze kansen pakt, zie je niet alleen betere cijfers rond stageplaatsing en uitstroom, maar verbind je het onderwijs direct aan werkgelegenheid in de regio. Dat maakt mbo‑opleidingen niet alleen relevanter, maar ook onmisbaar voor regionale arbeidsontwikkeling.