De toekomst van toetsen: uitdagingen en tips 

leestijd: 3 minuten

Digitale toets- en leerlingvolgsystemen (DLVS) veranderen de manier waarop leraren hun leerlingen volgen. Je opent het systeem en ziet meteen: wie beheerst de stof, wie loopt achter en wie blinkt uit? Die directe blik maakt het makkelijker om tijdens de les maatwerk te bieden. Toch roept het ook nieuwe vragen op: hoe houd je overzicht zonder extra administratie? Hoe ga je zorgvuldig om met data van leerlingen? En hoe zet je digitale toetsen in op een manier die werkt voor je leerlingen en je team? 

Were Di | Foto Tom van Limpt

Voordelen en beperkingen voor leraren 

Inmiddels zijn alle scholen door DUO en het College voor Toetsen en Examens (CvTE) verplicht examens af te nemen met examensoftware Facet. Het biedt nieuwe mogelijkheden zoals online examineren en afname op verschillende besturingssystemen.

DLVS geven je als leraar snel inzicht door de mogelijkheid om resultaten te analyseren. Ook kunnen zij helpen bij het sneller formuleren van gerichte feedback en het makkelijker mogelijk maken van differentiatie. Daarnaast maken digitale leerlingvolgsystemen het mogelijk om de ontwikkeling van leerlingen over langere tijd te volgen, leerachterstanden of -voorsprongen vroegtijdig te signaleren en het onderwijsaanbod hierop onderbouwd aan te passen. Hierdoor ondersteunen DLVS opbrengstgericht en doelgericht handelen in de klas. 

Voorbeeld: Je geeft rekenen en ziet dat een aantal leerlingen moeite hebben met breuken. Je hoeft niet te zoeken in schriften of losse notities; het systeem laat het je in één oogopslag zien. Je plant direct een extra oefenmoment, of je zet een instructievideo klaar voor thuis. Zo wordt differentiëren een natuurlijke stap in je lesweek.  

Wel zijn er ook beperkingen. Voor vakken zoals gym, handvaardigheid of muziek moet je soms nog steeds handmatig gegevens invoeren. Dat voelt al snel als dubbel werk. Het systeem geeft overzicht, maar vraagt ook tijd. De kunst is om met je team heldere afspraken te maken. Wat registreren we wel, wat niet, en hoe houden we het werkbaar? 

Digitale toetsen voegen daarbij extra flexibiliteit toe. In veel scholen betekent dat toetsen die je online of offline kunt afnemen, op laptops, tablets of vaste computers. Sommige docenten experimenteren met interactieve toetsvormen, zoals simulaties of korte filmpjes waar leerlingen vragen over beantwoorden. Het vraagt even schakelen in de planning, maar het kan toetsweken overzichtelijker maken.  

Tip: Wil je meer lezen over toetsen in het voortgezet onderwijs? Bekijk dan dit boek. 

Uitdagingen: werkdruk, ethiek en privacy 

Smartwatches, noisecancelling headphones en smartphones werden logischerwijs verboden tijdens toetsen, maar hoe controleer je dat wanneer leerlingen thuis digitaal examen doen? Om volledig digitale examens af te kunnen nemen, moeten er manieren zijn om te voorkomen en te controleren dat leerlingen tijdens het examen op internet ‘spieken’ of contact met elkaar hebben tijdens het examen.

In 2020 speelde bij de Universiteit van Amsterdam een rechtszaak over het gebruik van proctoring. Waarbij een webcam of schermactiviteit wordt gemonitord. Het kan helpen bij toezicht, maar roept ook vragen op. Hoe voelt een leerling in groep 8 zich als er meegekeken wordt via de webcam? Wat betekent het voor een brugklasser die al zenuwachtig is voor een toets? Daarom is het belangrijk dat leraren en schoolleiders samen afwegen. Wanneer is digitale controle echt nodig? En wanneer kun je vertrouwen op heldere afspraken in de klas? 

Podcast tip: Leer meer over betekenisvol toetsen met AI door het luisteren van deze podcast. 

Soms helpt het om hierover in gesprek te gaan met ouders. Een ouderavond waarin je uitlegt wat het systeem wel en niet doet, en waarom je het gebruikt, kan veel rust en duidelijkheid geven. Vanuit die gesprekken kun je met je team beleid maken dat past bij jouw school. 

Ook AI in DLVS biedt nieuwe mogelijkheden. Het systeem kan bijvoorbeeld laten zien welke leerlingen risico’s lopen op achterstand, of waar groei te verwachten is. AI werkt alleen niet altijd vlekkeloos. Algoritmes kunnen verkeerd interpreteren, zeker bij leerlingen die niet in de ‘gemiddelde’ patronen passen. Daarbij komt dat vanaf 2026 de Europese AI-verordening geldt, die extra eisen stelt aan transparantie. 

Daarom blijft het belangrijk je als leraar en schoolleider vragen blijven stellen: 

  • Wat doet het systeem precies? 
  • Hoe komt een voorspelling tot stand? 
  • Waar ligt de grens tussen ondersteuning en afhankelijkheid? 

De rol van schoolleiders en samenwerking 

Als schoolleider ben je medebepaler van beleid en nieuwe systemen. Wel helpt samenwerking met leveranciers, andere scholen en kennisinstellingen om keuzes toekomstbestendig te maken. 

Een belangrijke vraag is: sluit het systeem aan op de praktijk in de klas? Denk aan: 

  • Werkt het goed op de devices die leerlingen gebruiken? 
  • Kunnen leraren snel vinden wat ze nodig hebben? 
  • Zijn de privacy-afspraken helder, ook voor ouders? 

Praktische tips voor scholen 

  • Start klein: begin in één bouw, één vaksectie of één team. Zo zie je wat werkt voordat je het schoolbreed invoert. 
  • Maak duidelijke afspraken: wie ziet welke gegevens? Hoe bewaak je privacy? Wanneer gebruik je proctoring, als je het gebruikt, en wanneer juist niet? 
  • Werk slim, niet extra: gebruik digitale systemen om ruimte te creëren voor maatwerk, niet om nog meer administratie te verzamelen. 
  • Blijf professionaliseren: organiseer trainingen over digitaal toetsen en AI. Zo blijven leraren en schoolleiders zelf in regie. 

Digitale toetsing en leerlingvolgsystemen geven scholen waardevolle kansen om leerlingen beter te begeleiden. Als je systemen zorgvuldig kiest, duidelijke afspraken maakt en leraren goed ondersteunt, worden ze een krachtig hulpmiddel in plaats van een extra belasting. Zo groeit digitaal toetsen uit tot een betrouwbaar en toekomstbestendig onderdeel van het onderwijs.