Kritisch denken is van belang in elke klas, maar hoe leer je deze manier van denken aan? Veel leerlingen blijven hangen in het reproduceren van antwoorden, terwijl we juist willen dat ze redeneren, afwegen en beargumenteren. Een didactische aanpak die daarbij aantoonbaar werkt, is hardop denken (modelleren). Door je denkproces expliciet te maken, geef je leerlingen zicht op hoe je tot een antwoord komt. En precies dat is de kern van kritisch denken.
Bij hardop denken verwoord je als leraar stap voor stap je gedachten tijdens een opdracht. Je laat zien wat je opvalt, welke vragen je stelt, hoe je keuzes maakt en waar je twijfelt. Het gaat dus niet om het uitleggen van het antwoord, maar om het voordoen van het denken.
Onderzoek van onder andere Michelene T. H. Chi laat zien dat dit soort expliciete denkprocessen leerlingen helpt om diepere denkstrategieën te ontwikkelen. Ook is het belangrijk dat dit specifiek wordt onderwezen. Deze manier van denken ontstaat niet vanzelf.
Strategie kiezen: Leerkracht Sanne geeft een rekenles met de som 48 + 27. Ze denkt hardop: “Ik kan dit op twee manieren doen. Ik kan alles in één keer optellen, maar dat vind ik lastig. Ik maak er eerst 50 van, haal 2 van 27 af en krijg dan 50 + 25 = 75.” Ze laat zo zien dat je bewust een strategie kiest op basis van wat voor jou handig is. Youssef deelt vervolgens zijn eigen aanpak, waarbij hij eerst de tientallen optelt. Sanne benadrukt dat er meerdere goede manieren zijn, zolang je maar kunt uitleggen waarom je kiest wat je kiest.
Hardop denken werkt goed omdat het leerlingen laat zien hoe denken er in de praktijk uitziet. Leerlingen horen welke stappen je zet, waar je over twijfelt en hoe je tot een keuze komt. Dat maakt een opdracht minder moeilijk, omdat ze niet alles zelf hoeven uit te zoeken. Tegelijk helpt het hen om bewuster na te denken over hun eigen manier van denken: waarom pak ik het zo aan, en kan dat ook anders?
Bronnen kritisch lezen: Mevrouw Van Dijk behandelt een bron uit 1942 over de Tweede Wereldoorlog. Ze zegt: “Ik zie dat deze tekst uit 1942 komt, dus midden in de oorlog. Dan vraag ik me af: met welk doel is deze tekst geschreven, en door wie?” Ze leest een stukje hardop en voegt toe: “Wat mij opvalt, is dat er vooral positieve woorden worden gebruikt. Ik vraag me af of dat een volledig beeld geeft.” Vervolgens vraagt ze aan de klas: “Wat valt jullie nog meer op aan de manier waarop dit wordt beschreven?” Milan reageert dat er geen negatieve kanten worden genoemd. Anne merkt op dat het klinkt alsof de schrijver ergens van wil overtuigen. Van Dijk vraagt door: “Waar zie je dat precies aan?” en laat leerlingen hun antwoord onderbouwen met zinnen uit de tekst.
De volgende stap is dat leerlingen hun eigen denkproces verwoorden, dat doe je bijvoorbeeld door ze in tweetallen uit te laten leggen hoe ze denken. Stel vragen als: “Waarom denk je dat?” en “Hoe weet je dat zeker?”. Laat leerlingen daarna reageren op elkaars redenering.
Mediawijsheid: Leerkracht Jeroen laat in groep 8 een website zien waarop staat dat energydrank gezond is. Hij vraagt: “Vertrouwen jullie deze informatie? Bespreek met de persoon naast je waarom wel of niet.” Daarna zegt Lize dat zij de site niet vertrouwt. Jeroen vraagt: “Waarom denk je dat?” Lize wijst naar het wervende taalgebruik. Sam denkt dat de informatie wel klopt, omdat er naar onderzoek wordt verwezen. Jeroen vraagt Lize: “Wat vind jij van Sams argument?” Lize zegt dat je dan wel moet kunnen controleren welk onderzoek dat is en wie dat heeft gedaan. Zo leren leerlingen hun redenering uitleggen, bevragen en aanscherpen.
Argumentatie beoordelen: Meneer Bakker bespreekt met Sara haar betoog over schooluniformen. Hij zegt: “Je standpunt is duidelijk, maar ik kijk nu vooral naar hoe je redeneert. Hier schrijf je dat schooluniformen voor meer rust zorgen. Ik mis nog hoe je van die gedachte naar een overtuigend argument komt. Welke informatie heb je nodig om dit aannemelijk te maken?” Sara zegt dat ze voorbeelden of onderzoek moet toevoegen. Bakker reageert: “Precies. Je zet al een eerste denkstap, maar je moet die nog onderbouwen met passende informatie. Anders blijft het bij een bewering.”
Een bekende valkuil is het geven van veel uitleg, maar het denkproces niet laten zien. Uitleggen gaat vooral over wat je doet en modelleren over hoe je denkt. Voor kritisch denken heb je vooral dat laatste nodig.
Hardop denken is een didactische actie die leerlingen helpt om kritisch denken te ontwikkelen. Door je denkproces zichtbaar te maken, geef je leerlingen een concreet voorbeeld dat ze zelf kunnen inzetten. Hierbij wordt het antwoord minder van belang, maar gaat het om de denkreis ernaartoe.