Hoe ga je om met armoede in het onderwijs?

leestijd: 2 minuten

Volgens de Onderwijsraad (2025) groeit in Nederland ongeveer één op de twaalf kinderen op in armoede. Dat zijn meerdere leerlingen per klas en een nog grotere groep op schoolniveau. Zij krijgen minder kansen om mee te doen, mogelijkheden om te te leren en zich gezien te voelen. Of het nu in groep 6 is, of in de derde klas van het vwo, armoede gaat de hele school wat aan, van leraar tot schoolbestuur. 

Tip: Meer informatie over armoede en het volgen van een mini-cursus? Bekijk deze website van Augeo Foundation

De invloed van armoede op leren en meedoen 

Armoede is niet alleen een financieel probleem, het werkt veel verder door, ook op sociaal en emotioneel niveau. Leerlingen die leven in een gezin met geldzorgen, slapen slechter, piekeren meer en hebben vaker moeite met concentratie. Ook kunnen ze zich buitengesloten voelen als ze niet mee kunnen doen aan schoolactiviteiten of geen spullen hebben die anderen wel hebben. 

Onderzoek van het NJi laat zien dat deze stress direct invloed heeft op schoolprestaties en motivatie. In het basisonderwijs kan dat betekenen dat een leerling minder snel vooruitgaat met lezen of rekenen. In het voortgezet onderwijs zie je het terug in lagere cijfers, schoolverzuim of zelfs schooluitval. 

Tip: Beluister de podcast ”Opgroeien in armoede – een systemisch probleem dat iedereen raakt” en leer meer over armoede op school en het systemische perspectief.  

Wat kun jij doen als leraar of schoolleider? 

Je kan de armoede waarin een leerling leeft niet oplossen, maar je kan wel een groot verschil maken in hoe de leerling zich voelt en functioneert op school. De volgende inzichten uit de Handreiking ‘Omgaan met armoede op school kunnen helpen: 

  • Herken signalen: komt een leerling vaak zonder lunch? Doet een leerling niet mee met activiteiten met extra kosten? Loopt de leerling lang rond met kapotte spullen? Zijn ouders minder zichtbaar op school? Dat kunnen signalen zijn. 
  • Zorg voor een open cultuur: maak armoede bespreekbaar zonder dat je een oordeel velt. Let op het taalgebruik, reacties op vergeten spullen, of de toon die je aanslaat tijdens oudergesprekken. 
  • Bied structurele ondersteuning: denk aan een stille regelpot, gratis schoolontbijt, of samenwerking met lokale initiatieven. In het vo kun je bijvoorbeeld het gebruik van laptops, excursies en profielwerkstukbudgetten gelijktrekken. 
  • Werk samen met partners buiten de school: gemeenten, jeugdhulp, ouderorganisaties en maatschappelijke partners kunnen helpen met (subsidie) regelingen en begeleiding. 

De VOO benadrukt bovendien dat armoedebeleid nog te weinig op de onderwijsagenda staat. Als schoolleider kun je daar verandering in brengen door structureel beleid te maken: van het schrappen van verborgen kosten tot het trainen van je team in signaleren van armoede en relevante gesprekstechnieken. 

Tip: Bij het Jeugdeducatiefonds kun je als school financiële hulp krijgen voor individuele leerlingen en klassen die te maken hebben met armoede.  

Verschil maken door samenwerking 

Armoede raakt niet alleen individuele leerlingen, het raakt de hele schoolcultuur. Een basisschool die ervoor zorgt dat iedereen hetzelfde schoolshirt krijgt bij de sportdag, laat zien dat iedereen erbij hoort. Een middelbare school die schoolkosten transparant maakt en actief hulp biedt bij betalingsregelingen, zorgt ervoor dat iedereen mee kan doen. Het vraagt om actie, empathie en samenwerking. Dat begint bij bewustwording en weten dat armoede overal voorkomt, ook in jouw klas, op jouw school.