Een veilige leeromgeving: sociale veiligheid en seksuele integriteit op het mbo 

leestijd: 5 minuten

Wist je dat bijna één op de vijf mbo studenten aangeeft weleens pestgedrag te hebben meegemaakt, bij zichzelf of bij anderen? Sociale veiligheid en seksuele integriteit vragen daarom om blijvende aandacht binnen het mbo en om een actieve aanpak vanuit de school. In dit artikel lees je hoe je daar als mbo-instelling concreet invulling aan geeft. 

Is het mbo sociaal veilig?  

Meer dan de helft van de mbo-studenten ervaart de omgeving, sfeer en sociale veiligheid als positief, blijkt uit de JOB-monitor, het landelijke tevredenheidsonderzoek voor alle bekostigde mbo-studenten in Nederland. Tegelijkertijd is 17 procent negatief en ruim een kwart neutraal over deze aspecten. 

Opvallend is dat het aandeel studenten dat positief is over de omgeving, sfeer en veiligheid nauwelijks is gedaald. In 2024 is 56 procent positief, tegenover 59 procent in 2022 en 57 procent in 2020. Het aandeel studenten dat niet positief is, is in de afgelopen jaren dus niet afgenomen, ondanks inspanningen in de afgelopen jaren. Dit suggereert dat sociale veiligheid voor een deel van de studenten blijvend aandacht vraagt van mbo-instellingen. 

Een mogelijke verklaring voor ervaren onveiligheid kan komen door seksueel grensoverschrijdend gedrag. De Regeringscommissaris seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld geeft aan dat op het mbo 61 procent van de meisjes en 24 procent van de jongens aangeeft ooit te maken te hebben gehad met seksueel grensoverschrijdend gedrag. Tegelijkertijd geeft slechts 5 procent van de studenten aan zich onveilig te voelen. Dit vormt een opvallend contrast met het relatief hoge aandeel studenten dat ervaringen met seksueel grensoverschrijdend gedrag rapporteert.  

Daarnaast is 79 procent van de studenten positief over de veiligheid, wat erop wijst dat negatieve oordelen over de omgeving, sfeer en veiligheid vooral samenhangen met de ervaren omgeving en sfeer, niet zozeer de ervaren veiligheid. Deze combinatie van bevindingen laat zien dat sociale veiligheid binnen het mbo een blijvend aandachtspunt blijft.  

Tip: Wil je meer weten over het studententevredenheidsonderzoek? Lees hier de volledige JOB-Monitor 2024. 

Tip: Lees het volledige nieuwsbericht “MBO dé plek om cultuurverandering seksueel grensoverschrijdend gedrag vorm te geven”. 

Sociale veiligheid versterken 

Wat kunnen mbo-instellingen doen om grensoverschrijdend gedrag te voorkomen en sociale veiligheid te versterken? Hiervoor is de Wegwijzer Wensen en Grenzen ontwikkeld. Deze wegwijzer is tot stand gekomen in samenwerking met meer dan vijftig mbo-instellingen, op initiatief van de MBO Raad en de regeringscommissaris voor seksueel overschrijdend gedrag en seksueel geweld, Mariette Hamer. De wegwijzer kan worden toegepast, zoals in de volgende stappen, om sociale veiligheid te versterken en grensoverschrijdend gedrag te voorkomen. 

Stap 1. Start bij wensen en grenzen van studenten 
De wensen en grenzen van studenten vormen het uitgangspunt van de wegwijzer. Dit vraagt eerst om het bewust creëren van een veilige leeromgeving. Scholen kunnen dit doen door samen met studenten duidelijke klassenregels af te spreken over respectvol omgaan met elkaar, consequent in te grijpen bij onveilig gedrag zoals roddelen of pesten en positief gedrag actief te benoemen en zichtbaar te maken. Daarnaast helpt het om te investeren in onderling contact, zodat studenten elkaar leren kennen en vertrouwen kunnen opbouwen.  

Vanuit deze basis kunnen vaste momenten in mentorlessen worden ingepland waarin studenten leren hun grenzen te benoemen en ervaringen te delen. In een veilige en laagdrempelige setting oefenen zij met het verwoorden van wat zij wel en niet prettig vinden. 

Voorbeeld: Op een mbo-instelling in Midden-Nederland start de mentor in de eerste lesperiode met het opstellen van gezamenlijke klassenregels. De mentor bespreekt wat gewenst en ongewenst gedrag is en spreekt af hoe de klas en de mentor reageren bij grensoverschrijdend gedrag. Vervolgens oefenen studenten met concrete zinnen om hun grens aan te geven, zoals “dit vind ik niet prettig” of “ik wil dat dit stopt”. Hierdoor wordt sociale veiligheid niet alleen benoemd, maar ook actief opgebouwd en onderhouden.  

Stap 2. Elkaar aanpreken 
De wegwijzer richt zich ook op bestuurders. Zij hebben een rol in het stimuleren van een cultuur waarin studenten en medewerkers elkaar respectvol aanspreken op ongewenst gedrag. Benoem expliciet dat dit gewenst en normaal is. 

Voorbeeld: Binnen meerdere mbo-instellingen van een bestuur vinden aparte workshops plaats voor studenten en medewerkers. In deze workshop leren zij signalen herkennen, verantwoordelijkheid nemen voor elkaar en oefenen zij met het aanspreken van anderen op ongewenst gedrag. 

Stap 3. Voorbeeldgedrag van leidinggevenden en docenten 
Leidinggevenden en docenten laten met hun eigen gedrag zien wat wenselijk is. Zij hebben een voorbeeldfunctie binnen de school, niet alleen in het aanspreken van leerlingen, maar ook in het aanspreken van collega’s en het reflecteren op hun eigen gedrag. 

Voorbeeld: Een docent van een mbo-instelling waar ze bezig zijn met sociale veiligheid hoort een leerling een ongewenste opmerking maken over de seksuele geaardheid van een andere leerling. De docent bespreekt in de klas waarom dit gedrag niet acceptabel is. Daarnaast reflecteert de docent op de manier waarop hij of zij dit aanpakt en overlegt zo nodig met collega’s over de aanpak. Op deze manier wordt iedereen duidelijk welke normen binnen de school gelden. 

Stap 4. Specifieke rollen versterken 
Burgerschapsdocenten, medewerkers sociale veiligheid en stagebegeleiders hebben een sleutelrol bij het bevorderen van sociale veiligheid en seksuele integriteit. Het versterken van deze rollen beteken dat scholen concreet vastleggen wat van hen wordt verwacht. Dit vraagt om een duidelijke taakomschrijving, heldere verantwoordelijkheden, afspraken over wanneer en met welk doel zij handelen en een zichtbare plek van deze rollen in het schoolbeleid en de onderwijsvisie. Daarnaast is het belangrijk dat deze rollen duidelijk worden gecommuniceerd naar studenten en collega’s, zodat bekend is bij wie men terecht kan.  

Het is aan de school om te zorgen dat deze taken goed kunnen worden uitgevoerd. Dit houdt in dat betrokken medewerkers voldoende tijd, trainingen, middelen en bevoegdheden krijgen om hun rol daadwerkelijk waar te maken.  

Een voorbeeld hiervan is de Leergang Coördinator sociale veiligheid. In deze scholing leren deelnemers onder andere hoe zij sociale veiligheid kunnen monitoren, ongewenst gedrag en pestgedrag signaleren en hier passend op reageren. Hiermee wordt de rol van coördinator sociale veiligheid niet alleen verduidelijkt, maar ook professioneel versterkt en duurzaam verankerd in de schoolpraktijk.  

Tip: Bekijk de volledige Wegwijzer Wensen en Grenzen. 

Tip: Bekijk ook de Wegwijzer Seksualiteit Online voor preventie van online seksueel grensoverschrijdend gedrag onder jongeren. 

Themascan relaties en seksualiteit mbo 

Om inzicht te krijgen in hoeverre scholen de beschreven stappen rondom sociale veiligheid, relaties en seksualiteit al hebben uitgewerkt, kan de themascan relaties en seksualiteit van de Gezonde School worden ingezet.  

Met de themascan krijgt de school direct zicht op sterke punten en ontwikkelkansen. Hoe meer stellingen kunnen worden afgevinkt, hoe steviger de huidige aanpak staat. Stellingen die nog niet worden afgevinkt laten zien waar verder versterking nodig is om de eerder beschreven stappen beter toe te passen. 

De scan richt zich op vijf onderdelen: betrokkenheid en draagvlak, educatie, schoolomgeving, signaleren en beleid. Door deze onderdelen symmetrisch door te lopen, ziet de school niet alleen waar de aanpak van relaties en seksualiteit goed is, maar ook waar extra aandacht nodig is om sociale veiligheid te waarborgen en ongewenst gedrag te voorkomen. Op die manier draagt de themascan bij aan een veiligere schoolomgeving voor alle leerlingen. 

Tip: Gebruik de volledige Themascan relaties en seksualiteit mbo ook op jouw school. 

Wat vraagt dit van mbo-instellingen? 

Uit de JOB-monitor 2024 blijkt dat ruim zes op de tien mbo-studenten het gevoel hebben dat zij bij iemand op school terechtkunnen wanneer zij zich niet veilig voelen. Tegelijkertijd geeft 15 procent aan dit gevoel niet te hebben. Daarnaast is bijna 20 procent van de studenten niet tevreden over wat hun school doet tegen pesten. Ook is 12 procent ontevreden over de aanpak van discriminatie. Docenten benadrukken het belang van aandacht voor seksueel grensoverschrijdend gedrag, maar minder dan de helft bespreekt dit onderwerp daadwerkelijk in de klas.  

Deze cijfers vragen om directe actie. Studenten moeten duidelijk weten bij wie zij terechtkunnen, bijvoorbeeld via een herkenbare en zichtbare vertrouwenspersoon of een eenvoudige routekaart voor hulpvragen. Mbo-instellingen kunnen niet afwachten, maar moeten zichtbaar, consequent en tijdig ingrijpen bij pesten, discriminatie en grensoverschrijdend gedrag. Zoals regeringscommissaris Mariette Hamer benadrukt, is het mbo de grootste opleidingsplek van Nederland en wordt hier de basis gelegd voor gedrag op de werkvloer. Door deze thema’s actief en structureel bespreekbaar te maken, tonen mbo-instellingen dat veiligheid, respect en integriteit essentieel zijn.