Knokken voor diversiteit

Hoe geef je vorm aan een prideclub op een school waar seksuele en genderdiversiteit allesbehalve vanzelfsprekend is? Leraar Udo Thijsen vertelt hoe hij stap voor stap op zijn school moeilijke thema’s bespreekbaar maakt.

Udo Thijsen was één van de zevenentwintig docenten die in 2021 startten op het Ir. Lely Lyceum in Amsterdam Zuid-Oost. Hoewel de nieuwe aanwas kleurrijk en divers was, geldt dat niet voor de leerlingenpopulatie. Het merendeel van hen is namelijk van Afro-Caribische en Afrikaanse afkomst en wordt vaak religieus opgevoed. Toch was er een groepje leerlingen dat de conrector vroeg of zij een prideclub mochten oprichten.

Initiatief bij de leerlingen

De schoolleiding had wel oor naar het plan en vroeg wie van de docenten de leerlingen wilden begeleiden. Zelf homoseksueel wilde Udo dat graag doen. De vraag was alleen hoe? ‘Vanaf het begin lag het initiatief bij de leerlingen, zij moesten het zelf organiseren. Maar ik zou faciliteren en begeleiden en daarin moest ik me wel scholen.’ Udo raadpleegde daarvoor de website van de Gender and Sexuality Alliance (GSA). ‘Dat is een heel goed platform voor leerlingen die een prideclub, oftewel een GSA-netwerk, willen starten. Je kunt daar een superhandig leerlingenboek vinden vol praktische tips en voorbeelden over hoe je zo’n club organiseert.’ Udo gaf alle leerlingen én het bestuur een exemplaar. ‘Voor mij gaf het veel houvast bij de begeleiding van de wekelijkse bijeenkomsten.’

Geen twintig vlaggen tegelijk

Werk je met kwetsbare leerlingen die worstelen met vragen over hun identiteit en seksualiteit dan is één ding absoluut essentieel: de veiligheid. ‘Lang niet alle leerlingen durven buiten de beslotenheid van de prideclub open te zijn over hun geaardheid’, legt Udo uit. ‘Het komt zelfs voor dat leerlingen binnen de club openlijk uitkomen voor hun seksualiteit en genderidentiteit, maar thuis nog diep in de kast zitten.’ Soms moet Udo de leerlingen daarom ook tegen zichzelf beschermen. ‘Jongeren kunnen op die leeftijd behoorlijk fundamentalistisch zijn. Het liefst willen ze gelijk twintig homovlaggen door de school hangen. Mijn taak was om het te doseren. Ik wist dat er veel ouders en ook wel docenten waren die moeite zouden hebben met zo’n plotselinge zichtbaarheid.’

Steun van de leiding

Hoe houdt Udo het veilig? ‘Ik denk dat het belangrijk is dat je korte lijntjes met de schoolleiding houdt wanneer je een GSA-netwerk begeleidt.’ Toen de leerlingen onder zijn leiding nadachten over de organisatie en de invulling van Paarse Vrijdag, besloot hij eerst met de leiding om de tafel te gaan zitten. Als zij met paarse bandjes in de weer gingen, wilde hij namelijk dat de leiding zich openlijk zou uitspreken over haar visie op dit thema. ‘Ouders hebben het recht om te weten wat er op school gebeurt en leerlingen nemen gesprekken en ervaringen mee naar buiten. Ik kon me voorstellen dat dat voor heftige reacties kon zorgen en die wilde ik niet als individu over me heen krijgen.’ Aan die oproep gaf het Ir. Lely Lyceum gelukkig gehoor. Zowel in de interne als externe communicatie liet de school weten diversiteit belangrijk te vinden en daar op school structureel aandacht aan te gaan schenken. ‘Zo plaatste de school zich als instituut tussen mij, de leerlingen en de andere begeleiders aan de ene kant en alle mogelijke reacties van buitenaf aan de andere kant. Dat gaf mij persoonlijk de veiligheid die noodzakelijk is als je met dit thema aan de slag wilt.’

Zorg voor draagvlak

Niet alleen de schoolleiding moet achter je staan. Als je stappen wilt maken in de acceptatie van diversiteit, is ook breder draagvlak onder de docenten cruciaal. Ook dat vraagt inzet van de schoolleiding. Udo: ‘Op elke school heb je medewerkers die het lastig vinden dat diversiteit zo breed zichtbaar wordt gemaakt. Het is dan de taak van de schoolleiding om met die collega’s in gesprek te gaan.’ Wat kan Udo zelf doen om het draagvlak te vergroten? Zijn collega’s inspireren om diversiteit als thema in hun eigen lessen te verwerken. ‘Bij beeldende vorming behandelde ik bijvoorbeeld twee afro-Amerikaanse homoseksuele kunstenaars. Dat soort gemakkelijke interventies kun je bij veel vakken wel bedenken.’

Inspirators

Voorbeeldmodellen werken sowieso goed. Dat ontdekte Udo toen hij via het COC voor de eerste Paarse Vrijdag SpangaS-acteur Thorn Roos de Vries als voorlichter enervaringsdeskundigeuitnodigde. Net als het personage serie is Thorn non-binair. ‘Voor veel leerlingen was de ontmoeting met Thorn een omslagpunt. Ze zagen dat het een reële optie is om openlijk non-binair te zijn en dat je je daar niet voor hoeft te schamen. Die herkenning is ontzettend belangrijk voor jongeren die zich soms best alleen voelen in hun verwarrende emoties.’

Voorbeeldgedrag

Als leraar heb je een belangrijke voorbeeldfunctie. Omdat Udo zelf homoseksueel is, krijgt hij regelmatig vragen en opmerkingen over zijn geaardheid. ‘Soms vinden leerlingen het lastig dat ik op mannen val. Jongens vinden het dan bijvoorbeeld moeilijk als ik tijdens de tekenles bij hun tafel kom staan om directe instructie te geven.’ Wat doe je als docent als een leerling jou vanwege je geaardheid niet accepteert?  ‘Ik gebruik het als startpunt voor een waardevol gesprek’, zegt Udo. ‘Ik vertel dan dat ik het standpunt van de leerling respecteer en dat ik hem niet zal proberen te overtuigen van mijn opvattingen. Wel benadruk ik dat ik hoop dat de leerling in de toekomst zal leren dat er verschillende mensen zijn met verschillende geaardheid. Je hoeft dat niet leuk te vinden, maar het is wel belangrijk dat je iedereen met respect behandelt’. Zo’n gesprek is belangrijk, denkt hij. ‘Het is mijn taak als docent: laten zien dat er verschillen zijn tussen mensen en dat dat oké is.’

De GSA
De prideclub op Udo’s school is sloot zich aan bij het GSA-netwerk. De GSA is een groep scholieren die vindt dat iedereen op hun school de vrijheid heeft te kunnen zijn wie ze zijn, zonder zich daarvoor te hoeven schamen of te verantwoorden. Leerlingen kunnen zich aansluiten bij dit netwerk en deelnemen aan allerlei acties zoals regiodagen. Op de website is ook veel informatie voor (vak)docenten te vinden. www.gsanetwerk.nl

Udo Thijssen is docent beeldende vorming op het Ir. Lely Lyceum in Amsterdam Zuid-Oost en begeleidt het GSA-netwerk dat onder de naam ‘prideclub’ dit jaar werd opgericht.

Foto Annemée Dik

Opleidingen en boeken over seksualiteit op oo.nl

Boek: Seksuele vorming en identiteit

Seksuele vorming en diversiteit is het eerste boek dat een kennisbasis biedt voor effectieve seksuele en relationele vorming met aandacht voor seksuele en genderdiversiteit. Ook wordt er ruimschoots informatie gegeven over de seksuele ontwikkeling van kinderen en jongeren. Doel van dit boek is het bevorderen van een gezonde seksuele en relationele ontwikkeling bij alle leerlingen en het verhogen van respect voor LHBTI-leerlingen én leraren op school. Seksuele vorming en diversiteit helpt (aankomende) leraren hoe om te gaan met de verscheidenheid aan waarden die leerlingen van huis uit meekrijgen en hoe seksualiteit en seksuele diversiteit bespreekbaar te maken in de klas.
Ga naar het boek

Cursus: Wonderlijk Gemaakt

Deze cursus geeft je informatie over het omgaan met seksuele vorming op jouw speciale school of instelling met behulp van Wonderlijk gemaakt speciaal.
Ga naar de cursus.

Boek: Seksuele ontwikkeling

Bespreking van een theoretische visie op seksualiteit en een kader voor gemiddeld seksueel gedrag van jonge kinderen (0-13 jaar). Daarnaast is het een praktisch boek, met handvatten om de seksuele ontwikkeling als professionele opvoeder positief te begeleiden. 
Ga naar het boek