Hoe autonomie bijdraagt aan je werkgeluk

Wat is autonomie en waarom is het zo belangrijk? Het is geen nieuws dat leerlingen enige autonomie moeten hebben om gemotiveerd te zijn voor hun schoolwerk. Maar hoe zit het met jouw motivatie? En hoe autonoom is een leraar in een systeem van leerdoelen en eindtermen?

Wereldwijs

Wat is autonomie?

Om bij het begin te beginnen, wat is autonomie precies? Het begrip kennen vooral van de zelfdeterminatietheorie (ZDT) van Deci & Ryan. Zij stelden dat autonomie samen met competentie en relatie het belangrijkste ingrediënt is voor intrinsieke motivatie. Vertaald naar het onderwijs betekent dit dat jouw leerlingen zonder enige mate van autonomie, weinig motivatie hebben om zich met jouw lessen en hun schoolwerk te verbinden.

Autonomie is volgens Deci & Ryan één van de drie basisbehoeften van alle mensen, niet alleen kinderen. Met andere woorden: jij als docent hebt net zo goed behoefte aan autonomie.

Hebben we het over de autonomie van leraren, dan spreken we tegenwoordig steeds vaker over professionele ruimte. Motivatie en dus werkgeluk is namelijk niet alleen afhankelijk van de vrijheid die jij hebt om bijvoorbeeld je lessen te ontwerpen. ‘Het gaat zowel om de onderwijsinhoud als om didactiek, pedagogiek en organisatie. Met scholing houd je regie op je ontwikkeling, maar van collega’s kun je ook veel leren.’ Autonoom ben je dus niet alleen in je eigen lokaal. Integendeel: je wisselt uit met collega’s en laat je scholen om je deskundigheid op peil te houden.

‘Om als leraar autonoom te kunnen zijn, is het in de eerste plaats belangrijk om competent te zijn in je vak. Bovendien vraagt het van je dat je een zelfstandig denkende, voelende en handelende professional bent. Vanuit een gevoel van competentie, autonomie en verbondenheid kun je als leraar de kracht voelen om je bij het maken van keuzes in de onderwijspraktijk van alledag te laten leiden door de vraag: wat is wenselijk voor dit kind, op dit moment en in deze situatie?’ Bron: Mayo, A. (2015). Lectorale rede Autonomie in verbondenheid. Leiden: Hogeschool Leiden.

Bestaat autonomie voor de leraar?

Nu vraag je je misschien af of het in het huidige onderwijssysteem nog wel mogelijk is om autonoom te zijn. Zit je niet vast aan eindeloos veel wet- en regelgeving waarin bijvoorbeeld kerndoelen, referentieniveaus en jouw bekwaamheidseisen zijn vastgelegd? Om nog maar te zwijgen over het inspectiekader en de visie en het beleid van de school waar je werkt. Het is heel goed voorstelbaar dat leraren liever de methode erbij houden en de bestaande leerlijnen, lesplanningen en jaarplanningen volgen. Maar het hoeft niet.

Autonomie in de praktijk

Inspirerend zijn de voorbeelden van scholen die bewust van de gebaande paden afstappen. Het zijn vaak de scholen waar leiders aan het roer staan die hun medewerkers het vertrouwen geven om een eigen curriculum te ontwikkelen. Een voorbeeld zijn de vrijescholen waar leraren hun lesprogramma afstemmen op de ontwikkelingsvraag van de leerlingen die hij op dat moment voor zich heeft. Een ander voorbeeld is De Nieuwe School in Tilburg. Voormalig directeur en rector Maria Michels zag jaren geleden al dat het gebrek aan het gevoel van eigen verantwoordelijkheid funest is voor de motivatie van leraren: Michels: “Als de leraar geen verantwoordelijkheid voelt, als hij alleen maar een lesje mag komen geven, dan gaat hij zich daar ook naar gedragen. Wij hebben het onderwijs afgepakt van de leraren. We hebben gezegd: ‘Hier heb je een boek. De uitgever weet het beter. Je krijgt zoveel uur en zorg dat de klas zijn mond dicht houdt.’”(bron AVS) Michels nam de vrijheid om een andere koers te varen met haar school en gaf leraren eigenaarschap over hun eigen handelen. Hetzelfde doen Eva Naaijkens en Martin Bootsa op de Amsterdamse Alan Turingschool. Zij willen zich nadrukkelijk niet te veel bemoeien met de inhoud van de lessen en vertrouwen in de kennis en kunde van hun docenten. Naaijkens: “Een goede school is goede leraren. Goede interactie tussen leraren en leerlingen op een zo hoog mogelijk niveau. Meer niet. Een schoolleider zorgt voor het systeem waarin leraren goed kunnen functioneren. Natuurlijk moeten de kaders helder zijn. Leraren moeten weten waar de school voor staat. Maar als dat duidelijk is, dan is de schoolleider alleen dienend. Eigenlijk hoef ik alleen maar te zorgen voor lekkere koffie.“(Bron: AVS)

‘De belangrijkste capaciteiten van een professional zijn blijvende betrokkenheid en de bereidheid tot samenwerken. Hij is ondernemend en neemt initiatief, is creatief en heeft ontwikkelingspotentie. Dit betekent dat een professional ook in staat moet zijn om zich positief kritisch op te stellen richting het management en in staat is om zichzelf voortdurend te reflecteren aan de beroepsgroep. Het zijn docenten die ook met onzekerheden en teleurstellingen moeten kunnen omgaan en waardering van collega’s zien als de belangrijkste motiviatiebron.’ Bron: Weggemans, M. (2005). Leidinggeven aan professionals? Niet doen!

Wat kun je zelf doen?

Een ronde door ons onderwijsland leert dat er best wat voorbeelden zijn waar leraren een gezonde dosis autonomie krijgen en waar schoolleiders volop investeren in de ontwikkeling van samenwerkende teams en ontwikkelingstrajecten. Maar wat als dat op jouw school niet zo is? Is het tijd om je biezen te pakken of kun je ook binnen je huidige baan stappen zetten? Volgens Naaijkens moet je je zeker niet laten beperken door je schoolleider. ‘Blijf niet mopperen in je lokaal, want samen maken we de cultuur in een school. Neem de regie met elkaar.”(Bron AVS) Ook Sjef Drummen, adjunct-directeur en ‘onderwijskunstenaar’ aan het Nikée Agora in Roermond, benadrukt dat je je vooral niet moet verschuilen achter de regelgeving. (Bron VPRO Tegenlicht, seizoen 13 Afl. 14.) Wat kun je zelf?

  • Er zijn scholen waar de docent veel meer autonomie heeft dan andere. Natuurlijk hoef je niet direct je huidige baan op te zeggen, maar het is wel de moeite waard eens rond te kijken en te zien hoe docenten het op deze scholen doen.
  • Wie verplicht jou precies het lesboek te volgen? Er zijn ongetwijfeld scholen waar dit het geval is, maar over het algemeen is het de leraar zelf die automatisch het boek erbij pakt. Niets mis mee, maar het loont soms de moeite om eens zelf lessen te ontwerpen. Heb je daar nog niet veel ervaring mee? Dan is dit een perfect onderwerp om een scholing op uit te zoeken! Lees ook het artikel hoe je deze scholing kiest en betaalt en en hoe je een ontwikkelingsplan maakt.
  • Werk samen in teams! De Onderwijsraad adviseerde het in 2016 al dat het niet alleen gaat om het versterken van individuele kennis en vaardigheden van de leraar, maar bijvoorbeeld ook om meer en een betere samenwerking in de lerarenteams. Misschien zorg jij er wel voor dat jouw school een Professionele Leergemeenschap (PLG) wordt?
  • Zit niet stil, maar ontwikkel je. Professionele ruimte kan niet zonder jouw professionele ontwikkeling. Bepaal welke scholing bij jouw past en hoe je nog beter wordt in wat je doet.

Kijktip!

VPRO Tegenlicht De onderwijzer aan de macht In deze documentaire maak je kennis met drie scholen waar bevlogen bestuurders, schoolleiders, leraren en betrokken ouders onderdeel zijn van een grote emancipatiebeweging en de vaste waarden van het onderwijs ter discussie stellen. Aan het woord komen met Jelmer Evers, docent in Utrecht en samensteller van het boek ‘Het alternatief’ waarin hij pleit voor meer collectieve autonomie voor leraren en Arnold Jonk, hoofdinspecteur Primair Onderwijs, die benadrukt dat er meer ruimte is voor vernieuwing dan mensen vaak denken, maar dat het veel eigenaarschap en visie vraagt om het echt anders te doen.

Leestips!

Brand, van den A. Sturen op autonomie. Centrum Pedagogisch Contact, Uitgeest: 2018.

Evers, J., Kneyber, R. De ladder naar autonomie. Uitgeverij Phronese, Culemborg: 2015.

Evers, J., Kneyber, R. Het Alternatief. Weg met de afrekencultuur in het onderwijs. Uitgeverij Boom, Amsterdam: 2013.